Een dweilrobot levert alleen perfect schone vloeren als het apparaat zelf na elke cyclus systematisch wordt gereinigd om bacteriegroei, kalkafzetting en mechanische slijtage te voorkomen. Door direct na het reinigingsprogramma een vaste onderhoudsroutine te volgen, behoudt de robot zijn zuig- en dweilkracht en voorkomt u onaangename geuren.
1. De microvezel dweildoek: capillaire werking en hygiëne
De dweildoek van een robot bestaat uit synthetische microvezels die vuil en vocht vasthouden door middel van capillaire werking. Wanneer een vochtige doek na de schoonmaakbeurt op de robot blijft zitten, ontstaat er een warme, zuurstofarme omgeving waarin anaerobe bacteriën en schimmels zich razendsnel vermenigvuldigen. Dit veroorzaakt de typische muffe geur en verspreidt bij een volgende beurt bacteriën over de vloer.
Haal de dweildoek direct na het voltooien van de cyclus van de robot. Spoel de doek eerst uit onder stromend, lauw water om het grove vuil te verwijderen. Voor een grondige reiniging wast u de doek in de wasmachine op minimaal 60 graden Celsius. Deze temperatuur is noodzakelijk om vetten op te lossen en bacteriën te doden. Gebruik hierbij absoluut geen wasverzachter. Wasverzachter laat namelijk een microscopisch dun, hydrofoob (waterafstotend) waslaagje achter op de synthetische vezels, waardoor de doek zijn absorberende vermogen verliest en strepen gaat trekken op harde vloeren. Laat de doek volledig aan de lucht drogen voordat u deze opnieuw gebruikt.
2. Het waterreservoir: kalkpreventie en biofilm voorkomen
Stilstaand water in het reservoir is een bron van problemen. Er vormt zich snel een microscopisch dunne biologische laag, de zogenaamde biofilm, die de nauwe wateruitlaten en interne pompjes kan verstoppen. Bovendien verdampt het water langzaam, waarbij calcium- en magnesiumionen achterblijven en kalkaanslag (calciumcarbonaat) vormen.
Leeg de watertank na elke dweilbeurt volledig. Spoel het reservoir om met schoon water. Om kalkaanslag in de fijne sproeikoppen te voorkomen, is het raadzaam om periodiek een milde ontkalking uit te voeren met een verdunde oplossing van citroenzuur. Citroenzuur reageert met het onoplosbare calciumcarbonaat en zet dit om in het zeer goed oplosbare calciumcitraat, dat eenvoudig weggespoeld kan worden. Gebruik geen agressieve azijn, omdat het hoge zuurgehalte de interne rubberen afdichtingen van de robot kan aantasten en doen uitdrogen. Laat de tank na het spoelen met de vulopening open drogen, zodat restvocht kan verdampen.
3. Onderhoud van borstels, wielen en sensoren
Tijdens het dweilen komen haren, stof en pluisjes in aanraking met vocht, waardoor ze hardnekkig gaan vastkoeken rond de draaiende onderdelen. Haren die zich om de assen van de zijborstels en de hoofdborstel wikkelen, verhogen de mechanische weerstand. Dit dwingt de elektromotor om harder te werken, wat leidt tot oververhitting en een snellere slijtage van de accu.
Verwijder de borstels en gebruik een reinigingshulpje om vastgelopen haren door te snijden en te verwijderen. Controleer ook het zwenkwiel aan de voorzijde; haal dit wiel uit de houder en reinig de as. Vergeet daarnaast de optische sensoren en valdetectoren aan de onderkant niet. Stof en opgespat dweilwater kunnen een film achterlaten op de infraroodsensoren, waardoor de robot navigatiefouten maakt of van de trap valt. Veeg deze sensoren uitsluitend schoon met een droge, pluisvrije microvezeldoek. Gebruik geen water of reinigingsmiddelen op de sensoren, om minerale vlekken die het licht verstrooien te voorkomen.
4. Elektrische contactpunten en het laadstation
De metalen contactpunten op de robot en het laadstation zijn onderhevig aan oxidatie. Door de combinatie van vocht in de directe omgeving en de elektrische stroom die tijdens het laden loopt, kan er een microscopisch laagje metaaloxide ontstaan. Dit verhoogt de elektrische weerstand, waardoor het laadproces inefficiënt wordt of de robot weigert op te laden.
Koppel het laadstation los van het stroomnet voordat u begint. Wrijf de contactpunten op de robot en het station schoon met een droge melamine spons of een pluisvrije doek met een druppel isopropylalcohol. Isopropylalcohol lost vetten en oxiden op en verdampt vrijwel direct zonder residu achter te laten, waardoor het risico op kortsluiting uitgesloten is.