Een intercomsysteem dat zowel een poort als een looppoortje aanstuurt, combineert communicatietechnologie met laagspannings-elektrotechniek om fysieke barrières veilig en op afstand te ontgrendelen.
Het basisprincipe van signaaloverdracht
Elk intercomsysteem bestaat uit een buitenpost (het paneel bij de poort), een binnenpost (de hoorn of het beeldscherm in huis) en een voedingseenheid. Wanneer een bezoeker aanbelt, wordt er een elektrisch signaal naar de binnenpost gestuurd. Het indrukken van de ontgrendelingsknop sluit een stroomkring in de binnenpost, waardoor er een sturingssignaal terug naar de poort of het hek reist. Dit signaal activeert een relais, een elektromagnetische schakelaar die fungeert als de fysieke brug tussen de fijne elektronica van de intercom en de krachtigere stroomverbruikers van de sluitsystemen.
De werking van de elektrische deuropener bij het hek
Voor het kleine looppoortje (de vanger) wordt meestal gebruikgemaakt van een elektrische deuropener (symmetrisch of asymmetrisch). Dit mechanisme bevindt zich in de tegenplaat van de poortpost. Onder normale omstandigheden blokkeert een metalen schoot de dagschoot van de poort. Zodra de intercom een stroomimpuls (meestal 12V wisselstroom of gelijkstroom) naar de deuropener stuurt, wordt er een elektromagneet in de opener geactiveerd. Deze magneet trekt een pal weg, waardoor de blokkade van de schoot tijdelijk wordt opgeheven. De bezoeker kan de poort nu simpelweg openduwen zonder dat de fysieke sleutel hoeft te worden omgedraaid.
Het aansturen van de automatische poort
Bij een grote, gemotoriseerde inrijpoort werkt het mechanisme anders. De intercom opent de poort niet direct met brute elektrische kracht, maar stuurt een zogenaamd potentiaalvrij contact (een 'droog' contact) naar de sturingskast van de poortmotor. Dit betekent dat de intercom alleen een kortstondige verbinding (impuls) maakt tussen twee klemmen op de printplaat van de poortsturing, zonder hier zelf spanning op te zetten. De poortsturing herkent deze kortsluiting als het commando 'openen' of 'sluiten' en start de elektromotoren die de zware poortvleugels of de schuifpoort in beweging zetten.
Bekabeling en storingsvrije werking
Om te zorgen dat beide kanalen (poort en hek) onafhankelijk van elkaar functioneren, is de juiste bekabeling cruciaal. Moderne systemen maken vaak gebruik van een tweedraads bussysteem, waarbij digitale signalen gecodeerd over slechts twee aders worden verzonden. Oudere of complexere analoge systemen vereisen aparte aders voor de voeding, het audiosignaal, het videosignaal en de afzonderlijke schakelcontacten voor de deuropener en de poortsturing. Het scheiden van de stroomvoorziening voor de magnetische deuropener en de datalijnen voorkomt spanningsvallen die de videoweergave of de geluidskwaliteit kunnen storen tijdens het ontgrendelen.